Relatie tussen angststoornis en drugsgebruik

Er is een duidelijke relatie gevonden tussen het krijgen van een angststoornis en het gebruik van drugs (middelengebruik). Er bestaan diverse angststoornissen, waaronder sociale fobie, agorafobie of de obsessief-compulsieve stoornis. Het is bewezen dat mensen die drugs gebruiken een grotere kans lopen om één van deze psychische aandoeningen te krijgen dan mensen die geen middelen gebruiken.

 

Achtergrond

Angststoornissen vormen binnen de psychiatrie een categorie waarbinnen verschillende psychiatrische aandoeningen vallen. Het DSM-IV beschrijft de verschillende aandoeningen. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. De huidige versie is IV, oftewel 4.

 

Alle angststoornissen kenmerken zich door de aanwezigheid van pathologische angst. Ook is er sprake van paniekaanvallen. Natuurlijk is iedereen weleens angstig door een gebeurtenis of een idee. Pas wanneer de angst irreëel is, spreekt men van een angststoornis.

 

Onder angststoornissen vallen onder andere:

 

  • Obsessief compulsieve stoornis
  • Agorafobie
  • Sociale fobie
  • Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
  • Acute stressstoornis
  • Gegeneraliseerde angststoornis

 

Zelfs alcohol kan al een rol spelen bij het wel of niet krijgen van één van deze psychische aandoeningen. Wel moet worden gezegd dat de kans voor iemand om één van deze psychische aandoeningen op te lopen reeds latent aanwezig moest zijn.

 

Comorbiditeit

Wanneer een patiënt twee of meerdere psychische aandoeningen heeft, spreekt men van comorbiditeit. Dit gebeurt vaak wanneer iemand tegelijkertijd lichamelijke, geestelijke en daaropvolgende sociale problemen heeft. Ook verslaving valt hieronder.

 

Intoxicatie

In dit artikel wordt de term intoxicatie gebruikt. Intoxicatie betekent het onder invloed zijn van alcohol of drugs.

 

 

Relatie tussen angststoornis en gebruik van alcohol of drugs

Het gebruik van alcohol of drugs vergroot de kans op het krijgen van een angststoornis. De angststoornis gaat dan gepaard met de intoxicatie of ontwenningsverschijnselen die samenhangen met het middel. Bij angststoornissen die in verband staan met middelengebruik (drugsgebruik) spelen obsessies en compulsies een belangrijke rol. Een obsessie is een gedachte die angst oproept. De compulsie is een handeling om deze angstgedachte te neutraliseren. Dit is de reden waarom de obsessief-compulsieve stoornis vaak in verband wordt gebracht met drugsgebruik.

 

Een voorbeeld is cannabis. Bij een hoge dosis veroorzaakt cannabis angst, paniekaanvallen en psychotische verschijnselen. Cannabis heeft niet alleen invloed op onze emoties, maar is voor patiënten met schizofrenie zelfs gevaarlijk. Vaak wordt er beweerd dat cannabis het krijgen van dwanggedachten tegengaat, dat zo kenmerkend is voor de obsessief compulsieve stoornis. In de praktijk blijkt dit echter niet het geval. De obsessief compulsieve stoornis zal door cannabisgebruik in de meeste gevallen zelfs verergeren.

 

Ook bij het gebruik van alcohol, cocaïne, XTC of amfetaminen (speed) loopt men de kans om een latent aanwezige angststoornis te verergeren.