Obsessieve compulsieve stoornis (dwangneurose)

De obsessieve compulsieve stoornis is een psychiatrische aandoening die ook wel dwangneurose wordt genoemd. De pati├źnt heeft last van dwanghandelingen (obsessies) en dwanggedachten (compulsies). De obsessieve compulsieve stoornis uit zich meestal in smetvrees, controledwang, teldwang, intrusies of een combinatie van meerdere van deze vormen.

 

Obsessieve compulsieve stoornis

Wanneer iemand lijdt aan de obsessieve compulsieve stoornis, dan heeft deze persoon last van angstwekkende gedachten. Voorbeelden zijn de angst om besmet te raken, de angst om iemand te pijnigen of de angst dat het huis door nalatigheid in de fik vliegt. Het gaat hierbij om gedachten die zich bij de patiënt opdringen en waartegen deze haast geen weerstand kan bieden. De gedachten nemen de patiënt helemaal in beslag (obsessie), waardoor de patiënt acties gaat ondernemen om de gedachten te neutraliseren: dwanghandelingen of compulsies.

 

 

Smetvrees

In het geval van smetvrees is iemand bang om besmet te raken. Om deze angst op te heffen of te neutraliseren zal de patiënt zijn of haar handen (of in het ergere geval zijn of haar hele lichaam) meerdere keren per dag wassen. Objecten die door veel mensen zijn aangeraakt, worden vermijd uit angst voor besmetting. Trapleuningen worden niet aangeraakt, Deuren worden met de ellebogen geopend.

 

 

Controledwang

Controledwang omhelst de angst voor een bepaald rampscenario die door nalatigheid is ontstaan. Een voorbeeld is de angst om de gaskraan vergeten uitgedraaid te hebben, waardoor er kans bestaat op ontploffing. Of denk aan een persoon die minutenlang controleert of hij of zij de voordeur wel op slot heeft gedaan. De obsessie is de angstgedachte zelf, dus de gedachte aan de brand of inbraak door nalatigheid. De compulsie uit zich in het herhaaldelijk en veelvuldig controleren.

 


Intrusies

Ook intrusies komen bij de obsessieve compulsieve stoornis met grote regelmaat voor. Intrusies zijn gedachten die gewelddadig, seksueel of godslasterlijk zijn. Bijvoorbeeld de angst om een dierbare te pijnigen met een scherp voorwerp. Intrusies dringen zich op en de patiënt schaamt zich voor deze gedachten. Echter hoe meer de patiënt probeert om de gedachten weg te drukken, hoe sterker de gedachten worden. Het is als het proberen om een skippybal onder water te drukken: hij komt toch altijd weer boven drijven. Intrusies vormen een probleem omdat deze voor de buitenwereld onzichtbaar zijn. De patiënt lijkt voor de buitenwereld zo normaal, maar ondertussen nemen de intrusies hem helemaal in beslag.

 

 

Behandeling van de obsessieve compulsieve stoornis

De behandeling van de obsessieve compulsieve stoornis kan plaatsvinden in twee vormen, of een combinatie hiervan. Sleutelwoorden zijn cognitieve gedragstherapie en medicatie. De cognitieve gedragstherapie vindt meestal plaats in de vorm van exposure en responspreventie.

 

 

Exposure en responspreventie

Bij deze therapie moet de patiënt de verschillende gevreesde situaties ondergaan. Bijvoorbeeld de kachel laten aanstaan bij het van huis gaan. Of niet meer controleren of de voordeur wel op slot is. Hierbij worden de verschillende situaties geordend in een lijst van "minst eng" naar "meest eng". De minst "enge" situatie komt bovenaan in de lijst en moet als eerste worden ondergaan door de patiënt. Er wordt steeds meer een beetje opgebouwd, zodat de patiënt met steeds voor hem engere situaties leert omgaan. De meest gevreesde situatie moet als laatst worden ondergaan.

 

 

Medicatie

De behandeling kan worden ondersteund met behulp van medicatie. Dit is zelfs raadzaam wanneer er naast de OCS ook sprake is van een depressie. Bij medicatie kan men denken aan antidepressiva zoals citalopram en prozac. Benzodiazepinen zoals oxazepam en diazepam worden ook wel voorgeschreven bij OCS. Ook kunnen atypische antipsychotica (neuroleptica) zoals risperdal en zyprexa een rol spelen bij het verminderen van de dwangklachten.