Dwangneurose

De dwangneurose is een psychiatrische aandoening waarbij men last heeft van dwanggedachten. Deze zorgen voor angst en worden ook wel obsessies genoemd. Om de angst op te heffen wordt een bepaald ritueel uitgevoerd, de zogenaamde dwanghandeling of compulsie.

 

De dwangneurose

Kenmerkend voor de dwangneurose is dat er altijd een bepaalde angstgedachte (de obsessie) moet worden opgeheven met een ritueel. Dit ritueel wordt ook wel een dwanghandeling of een compulsie genoemd. Zo zal iemand met smetvrees, dat ook een vorm is van de dwangneurose, bang zijn om besmet te raken en als compulsie deurkrukken niet aanraken of enorm vaak de handen wassen.

De dwangneurose wordt ook wel "obsessieve compulsieve stoornis" (OCS) genoemd of in het Engels "obsessive compulsive disorder" (OCD). De dwangneurose kan in verschillende gradaties een rol spelen. Erfelijkheid kan een grote rol spelen in het hebben van OCD, maar ook gezinsinvloeden en mate van stress in het leven. Er is een zekere overlapping met het syndroom van Gilles de la Tourette. Een groot deel van de mensen die aan Gilles de la Tourette lijden, lijden ook aan dwangneurose.

 

 

Vormen en gradaties van de dwangneurose

De dwangneurose bestaat in verschillende gradaties en uit zich in verschillende vormen. De ene persoon zal de OCD als invaliderend ervaren, terwijl een andere persoon die de aandoening in een milde vorm heeft wel vindt dat ermee te leven is. De dwangneurose bestaat grofweg in een aantal vormen, te weten smetvrees, teldwang, intrusies en controledwang.

 


Smetvrees

Bij smetvrees heeft iemand een onrealistische angst om besmet, en daardoor ziek te raken. Anders dan bij de ziekte waarbij je bang bent om ziek te worden, hypochondrie, hoort bij smetvrees het uitvoeren van rituelen. Bij smetvrees worden bijvoorbeeld deuren geopend door de deurkruk met de elleboog aan te drukken. Dit om te voorkomen dat de handen besmet raken of vies worden. Trapleuningen worden niet aangeraakt. Het toilet wordt niet gebruikt en meer van dergelijk ontwijkgedrag. Kenmerkend voor smetvrees is ook dat de persoon zijn handen vaak wast of vaak en lang onder de douche staat.

 


Teldwang

Bij teldwang is de patiënt steeds dingen aan het tellen. Bijvoorbeeld het aantal voetstappen dat wordt gezet of het aantal treden van een trap die wordt gebruikt. Soms worden de letters van woorden geteld wanneer deze worden gelezen of gehoord. Hierdoor is de patiënt erg met de gedachten bezig en ontstaan er concentratieproblemen. De achterliggende angst is bij het tellen iets moeilijker te achterhalen dan bij de andere vormen van de dwangneurose. Vaak kan een behandelaar hier wel achter komen door middel van praten.

 


Intrusies

Intrusies zijn agressieve, seksuele of godslasterlijke gedachten die niet bij de persoon horen, maar die zich wel aandringen. Ze laten de persoon erg schrikken. Zo kan iemand met dwangneurose het idee krijgen iemand van een trap af te duwen of voor de trein te gooien. Omdat de persoon schrikt van de eigen gedachte kan hij de situatie waarin dit zou kunnen gebeuren gaan ontwijken. Zo zijn er gevallen van mensen met OCD bekend die geen messen gebruiken, uit angst om daar iemand anders mee te verwonden.

 

 

Controledwang

Bij controledwang is iemand bang dingen niet goed genoeg te controleren en door nalatigheid een ramp te veroorzaken. Te denken valt aan het per ongeluk aan laten staan van elektrische apparaten bij het verlaten van het huis, en daarmee brand te veroorzaken. Of de angst iemand aangereden te hebben tijdens een autorit. Om deze angst op te hebben worden er dwanghandelingen verricht: er wordt extra vaak en lang gecontroleerd of alle elektrische apparaten uitgeschakeld zijn bij het verlaten van het huis, of er wordt teruggereden om te controleren of er niet iemand is aangereden.

 

 

Behandeling van de dwangneurose

Wanneer er naast de dwangneurose ook sprake is van andere aandoeningen zoals depressie, kan het voorschrijven van medicijnen de klachten verlichten. Te denken valt aan angstremmers in de vorm van benzodiazepinen zoals oxazepam en diazepam. Daarnaast kunnen antidepressiva worden voorgeschreven en in sommige gevallen antipsychotica.

Ook is er een therapie voor de dwangneurose die op lange termijn meer resultaat geeft dan de medicijnen. Deze therapie heet "exposure met responspreventie". Bij deze therapie worden angstscenario's trapsgewijs ingericht in een lijst: van de situatie die de minste angst oproept oplopend naar de situatie die de meeste angst oproept. Iedere week moet de patiënt een angstscenario ondergaan en mag daarbij de dwanghandeling niet uitvoeren. Voorbeelden:

 

  • Een deur mag niet meer met de ellebogen worden geopend
  • Er mag niet worden teruggereden om te kijken of iemand is aangereden
  • Er mag niet langer dan een minuut worden besteed om te controleren of elektrische apparaten wel zijn uitgeschakeld

 

Het doel is dat de patiënt leert omgaan met de situaties zonder daarbij de rituelen te moeten uitvoeren. Na een tijdje raakt de patiënt eraan gewend en werken de dwanghandelingen niet meer zo invaliderend als eerst.